Meer dan negentig minuten
In Koekange kent iedereen 'Jopie': "Het is hier één grote familie"
Voetbal is meer dan wat er in negentig minuten op het veld gebeurt. In deze rubriek vertellen we de verhalen achter het regionale amateurvoetbal. Over bijzondere mensen, opvallende gebeurtenissen en alles wat een club, een elftal of een voetbalgemeenschap kleur geeft. In deze aflevering: Rotterdammer Johan 'Jopie' van Waterschoot, trouwe supporter van Vitesse'63.
Martijn Visscher

,,Ik werkte in Rotterdam bij de toenmalige PTT. De eerste vijf jaar als postbode. Dat was topsport. Ik zag de stad langzaam maar zeker veranderen en dacht: wegwezen hier. Ik liet me overplaatsen naar Meppel, ook omdat ik in 1965 in Steenwijk in militaire dienst heb gezeten. Bij mijn vertrek uit deze regio zei ik tegen mezelf: hier kom ik nooit meer terug. Dat bleek dus een vergissing.”
De innige relatie met Vitesse'63 ontstaat later via zijn werk. ,,We aten altijd gezamenlijk met collega’s en op een gegeven moment werd er verteld dat een eigenaar van een cafetaria in de Wijk altijd voetbal op een groot scherm toonde. Als Feyenoorder moest ik de balans een beetje herstellen.”
“Hier heeft werkelijk niemand kapsones”
Van Waterschoot leert er Ajax-fan en Vitesse'63-leider Hans Koetsier kennen. Helemaal als het cafetaria in de Wijk verdwijnt en de beelden bij Koetsier thuis in Koekange worden getoond. Wat volgt is een bijzondere vriendschap. ,,Bij Hans liep ik vervolgens een aantal spelers van het eerste elftal tegen het lijf. Zij nodigden me een keer uit om bij hen te komen kijken. Sindsdien ben ik nooit meer weggeweest. Ik heb in al die tijd misschien maar een paar wedstrijden gemist. Voor mij zijn er twee voetballiefdes: Feyenoord en Vitesse'63.”
In Rotterdam krijgt hij als speler van de Feyenoord-amateurs de bijnaam 'Jopie'. ,,Johan vonden ze maar te lang. Ach, ik heb misschien wel zes interlands gespeeld, tegen Marokkanen, Turken, Kaapverdianen en noem ze allemaal maar op. Ik ben sinds 1971 lid en heb nog een eigen stoel in De Kuip, maar kom er nooit meer. Als jochie van tien jaar stond ik achter het doel met open mond naar Coen Moulijn te kijken. Wat keek ik tegen die man op.”
Grote bek
In Koekange is 'Jopie' een graag geziene gast. Bij de dorpsclub kent iedereen hem. ,,Ze lopen hier met mij weg en andersom ook. Het is één grote familie. Je bent één van ons, zeggen ze altijd. Zó fijn om te horen. Hier heeft werkelijk niemand kapsones. Een bijdehante Rotterdammer met een grote bek tussen al die dorpelingen. Wie had dat nou gedacht?”